Nu je een duidelijke hoofdvraag hebt geformuleerd, is het tijd om die op te splitsen in kleinere, concrete vragen: de deelvragen. Deze zorgen voor structuur in je onderzoek en je scriptie. Elke deelvraag vormt de basis voor een deel van je analyse of een hoofdstuk in je scriptie.
Doe je een toetsend onderzoek, bijvoorbeeld met een enquête of experiment? Dan hoort daar vaak ook een hypothese bij: een verwachting die je met je onderzoek gaat bevestigen of ontkrachten.
Wat zijn deelvragen?
Deelvragen zijn ondersteunende vragen die samen leiden naar het antwoord op je hoofdvraag. Ze helpen je om systematisch onderzoek te doen en zorgen ervoor dat je je hoofdvraag niet uit het oog verliest.
Voorbeeld
Hoofdvraag:
Hoe ervaren hbo-studenten de begeleiding tijdens hun stage?
Mogelijke deelvragen:
- Wat verwachten studenten van stagebegeleiding?
- Welke begeleiding wordt er daadwerkelijk geboden?
- Wat zijn verschillen tussen begeleiding vanuit school en vanuit de organisatie?
- Welke verbeterpunten zien studenten zelf?
Waarom zijn deelvragen belangrijk?
Deelvragen zorgen voor structuur in je onderzoek en scriptie. Ze helpen je daarnaast om gerichte literatuur te onderzoeken. Ook zorgen ze ervoor dat je stap voor stap naar je conclusie toe werkt. En het belangrijkst: deelvragen helpen jou jouw hoofdvraag te beantwoorden.
Stap 1: Bekijk je hoofdvraag goed
Welke kleinere vragen moet je beantwoorden om de hoofdvraag te kunnen oplossen?
1.3.1
Schrijf alle mogelijke kleinere vragen op die je kan bedenken.
Stap 2: Denk in hoofdstukken
Wat zou je logischerwijs per hoofdstuk willen behandelen? Bekijk hiervoor ook de hoofdstukindeling die je (mogelijk) vanuit jouw opleiding hebt gekregen.
Stap 3: Varieer in type vragen
Let op!
Je hoofdvraag is meestal van één type (bijvoorbeeld verklarend of toetsend), maar je deelvragen mogen verschillende soorten zijn. Je kunt bijvoorbeeld eerst beschrijven wat er gebeurt, dan verklaren waarom het gebeurt en tot slot evalueren hoe goed iets werkt.
Gebruik verschillende invalshoeken, zoals in het voorbeeld. Vaak gebruik je een combinatie van deze soorten deelvragen in één scriptie.
Type vraag | Doel | Voorbeeld |
Beschrijvend | Iets in kaart brengen | Wat zijn de kenmerken van effectieve stagebegeleiding? |
Verklarend | Uitleggen waarom of hoe iets werkt | Waarom ervaren sommige studenten minder steun? |
Vergelijkend | Twee situaties vergelijken | Wat zijn de verschillen tussen begeleiding op school en op stage? |
Evaluatief | Beoordelen of iets werkt | Hoe beoordelen studenten de kwaliteit van hun stagebegeleiding? |
Voorschrijvend | Een aanbeveling doen op basis van analyse | Welke maatregelen kunnen de begeleiding van studenten verbeteren? |
Stap 4: Wees concreet
Vermijd vage formuleringen. Gebruik termen die duidelijk maken wat, wie, waar, wanneer, waarom en op welke wijze. Gebruik de voorbeelden uit de tabel in Stap 3 als leidraad.
Stap 5: Beperk je tot 3 tot 5 deelvragen
Dat is meestal genoeg voor een heldere, afgebakende scriptie.
1.3.2
Schrijf 3 tot 5 definitieve deelvragen op.
Wat is een hypothese (en wanneer gebruik je die)?
Een hypothese is een verwachting die je gaat toetsen met je onderzoek. Een hypothese gebruik je alleen bij toetsend onderzoek: je vergelijkt bijvoorbeeld twee groepen, onderzoekt een effect of test een verband. Het kan dus dat jij geen hypothese in jouw scriptie nodig hebt.
Voorbeeld
Hoofdvraag:
In hoeverre vermindert het gebruik van een planningsapp stress bij studenten?
Mogelijke hypothese:
Studenten die dagelijks een planningsapp gebruiken ervaren minder stress dan studenten die dit niet doen.
Je hypothese toets je vervolgens met bijvoorbeeld een enquête of experiment.
Waar moet een goede hypothese aan voldoen?
Een goede hypothese is:
- Toetsbaar: je kunt met data bevestigen of ontkrachten of het klopt
- Duidelijk geformuleerd: geen vaagheden of dubbele interpretaties
- Gebaseerd op theorie of eerdere studies: je verzint het niet zomaar, het komt voort uit logisch redeneren of literatuur
Mini-schema: Hypothese logisch opbouwen
Onderdeel | Uitleg | Voorbeeld |
Stelling | Waar ga je van uit op basis van literatuur of observatie? | Veel studenten ervaren stress tijdens het scriptieproces |
Hypothese | Wat verwacht je dat er gebeurt of welk effect je zult zien? | Studenten die een planningsapp gebruiken ervaren minder stress |
Toetsing | Hoe ga je dit meten of aantonen? | Vergelijk de enquêteresultaten van studenten met en zonder app |
1.3.3
Neem dit schema over en vul in voor jouw eigen onderzoek.
Onderdeel | Uitleg | Mijn onderzoek |
Stelling | Waar ga je van uit op basis van literatuur of observatie? | … |
Hypothese | Wat verwacht je dat er gebeurt of welk effect je zult zien? | … |
Toetsing | Hoe ga je dit meten of aantonen? | … |
Checklist voor deelvragen en hypothese
Zijn mijn deelvragen logisch afgeleid van mijn hoofdvraag?
Behandelen mijn deelvragen samen de hele hoofdvraag?
Zijn ze concreet, duidelijk en afgebakend?
Gebruik ik een goede mix van beschrijvende, verklarende of vergelijkende vragen?
Heb ik per deelvraag helder hoe ik het antwoord ga vinden (literatuur, data, praktijk)?
Als ik een hypothese gebruik: is die toetsbaar, helder en logisch onderbouwd?
Met een set deelvragen (en een hypothese), heb je nu de bouwstenen voor je onderzoek in handen. In 1.4 leer je hoe je deze onderdelen samenbrengt in een helder en compleet plan van aanpak.