4.3 Tekst, tabellen en figuren

4.3 Tekst, tabellen en figuren

De manier waarop je resultaten presenteert, bepaalt in grote mate hoe goed de lezer ze kan begrijpen. Soms is tekst de beste keuze, soms werken tabellen of figuren veel duidelijker, en vaak is een combinatie van beide ideaal.

Wanneer kies je voor tekst?

Lopende tekst gebruik je vooral als je resultaten in woorden wilt uitleggen, zodat de lezer direct de kern en betekenis ziet zonder eerst tabellen of grafieken te bestuderen.
Tekst is handig als:
  • Je slechts één of enkele cijfers of bevindingen wilt benoemen.
  • Je extra uitleg wilt geven over hoe de resultaten geïnterpreteerd kunnen worden.
  • Je verbanden tussen resultaten wilt benadrukken.
‼️
Let op!
In het resultatenhoofdstuk beschrijf je wat je hebt gevonden, zonder conclusies te trekken. Je legt dus alleen uit wat de resultaten zijn, niet wat dat betekent voor je hoofdvraag, dat doe je in de discussie.
Voorbeeld
“Van de 25 geïnterviewde studenten gaven 18 aan dat ze de begeleiding vanuit school als ‘voldoende’ tot ‘goed’ beoordelen, terwijl 7 studenten ontevreden waren.”
‼️
Let op!
Tabellen en figuren vervangen nooit je tekst. Je benoemt altijd in woorden wat de belangrijkste boodschap is, ook als de lezer daarvoor de tabel of figuur moet raadplegen.

Wanneer kies je voor tabellen?

Tabellen zijn handig om veel gegevens overzichtelijk te tonen, zoals frequenties, gemiddelden of een lijst van codes en subcodes uit je analyse. Zorg dat de tabel duidelijk is zonder dat de lezer eerst lange toelichting nodig heeft.
Voorbeeld
Tabel 1: Beoordeling van stagebegeleiding vanuit school (N = 25)
Beoordeling
Aantal studenten
Percentage
Zeer goed
5
20%
Goed
7
28%
Voldoende
6
24%
Onvoldoende
4
16%
Slecht
3
12%
💡
Tip
Geef je tabel altijd een duidelijk nummer en titel, zodat je er in je tekst naar kunt verwijzen (bijvoorbeeld: “Zoals weergegeven in Tabel 1, gaf 48% van de studenten aan tevreden te zijn over de begeleiding vanuit school.”).

Wanneer kies je voor figuren of grafieken?

Figuurvormen zoals staafdiagrammen, cirkeldiagrammen en lijngrafieken zijn ideaal om trends, verhoudingen en vergelijkingen in één oogopslag duidelijk te maken. Ze zijn vooral nuttig wanneer je data wilt visualiseren in plaats van in lange tekst of tabellen weer te geven. Kies de juiste vorm bij je data:
Staafdiagram → Vergelijking tussen groepen of categorieën.
Lijngrafiek → Ontwikkeling of trend over een bepaalde tijdsperiode.
Cirkeldiagram → Verdeling van een geheel in percentages.
💡
Tip
Zorg voor een duidelijke titel en nummer.
Voeg indien nodig een korte toelichting toe onder de figuur (caption).
Houd het simpel: te veel kleuren of lijnen in één grafiek maken de boodschap minder duidelijk.
Verwijs er in de tekst naar (zie Figuur 2).

Welke presentatievorm past bij mijn resultaten?

Situatie
Kies tekst als…
Kies tabel als…
Kies figuur/grafiek als…
Type informatie
Het gaat om korte samenvattingen of wanneer nuance/context belangrijk is.
Je hebt veel cijfers, codes of categorieën die je overzichtelijk wilt tonen.
Je wilt trends, verhoudingen of vergelijkingen in één oogopslag duidelijk maken.
Voorbeeld
“Van de 25 geïnterviewde studenten gaven 18 aan dat ze de begeleiding vanuit school als ‘voldoende’ tot ‘goed’ beoordelen.”
Tabel met aantal studenten per waarderingscategorie: goed, voldoende, onvoldoende.
Staafdiagram dat het percentage tevreden studenten per type begeleiding toont.
Voordeel
Laat ruimte voor toelichting en interpretatie.
Lezer kan snel specifieke gegevens opzoeken.
Visueel aantrekkelijk en snel te begrijpen.
Let op!
Niet te veel details in één alinea proppen.
Zorg dat de tabel zonder lange uitleg te begrijpen is.
Kies de juiste grafiekvorm.
In de volgende paragraaf leer je hoe je kwantitatieve data overzichtelijk en begrijpelijk weergeeft, zodat je lezer in één oogopslag ziet wat je hebt gevonden.