Voor veel studenten is de vragenronde het spannendste deel van de verdediging. Tegelijkertijd is dit vaak het moment waarop je het meeste kunt laten zien dat jij je onderzoek beheerst. De assessoren verwachten geen perfecte antwoorden. Ze willen zien dat jij kunt uitleggen wat je hebt gedaan, dat je keuzes kunt onderbouwen en dat je rustig blijft nadenken, ook als een vraag lastig is.
Met de juiste voorbereiding hoeft de vragenronde geen valkuil te zijn, maar wordt het juist een inhoudelijk gesprek over jouw onderzoek.
Welke soorten vragen kun je verwachten?
Inhoudelijke vragen
Dit zijn de meest voorkomende vragen:
- Waarom heb je voor deze methode gekozen?
- Hoe heb je de betrouwbaarheid geborgd?
- Hoe verklaar je een opvallend resultaat?
- Wat zou je anders doen als je opnieuw zou starten?
Tips
Inhoudelijke vragen
Verwijs naar je resultaten, discussie of conclusie. Dat laat zien dat je je scriptie door en door kent.
Kritische vragen
Erken beperkingen (“klopt, dit is een beperking, maar ik heb dat zo goed mogelijk opgelost door…”). Dit werkt beter dan verdedigen of weglakken.
Toepassingsvragen
Gebruik je aanbevelingen. Die zijn hier precies voor bedoeld.
Hoe blijf je rustig tijdens de vragenronde?
Spanning hoort erbij. Ook goed voorbereide studenten zijn zenuwachtig. Dat is normaal en zichtbaar voor de beoordelaars. Wat helpt, is jezelf letterlijk even tijd geven voordat je antwoordt.
Een eenvoudige ademhalingstechniek kan al veel doen: adem rustig vier seconden in, houd twee seconden vast en adem zes seconden uit. Dit helpt je om helder te blijven denken en voorkomt dat je te snel gaat praten.
Je hoeft ook niet meteen te antwoorden. Zinnen als “Dat is een goede vraag, ik denk even na” komen juist professioneel over.
Wat te doen als…
…je twijfelt of het antwoord niet volledig weet:
Twijfel is onderdeel van onderzoek doen. Je mag dit ook zo benoemen.
Bijvoorbeeld:
“Ik heb hier geen eenduidig antwoord op, maar op basis van mijn resultaten denk ik dat…”
“Ik heb hier geen eenduidig antwoord op, maar op basis van mijn resultaten denk ik dat…”
Of:
“Dit aspect heb ik niet expliciet onderzocht, dus ik kan daar geen hard antwoord op geven. Wat ik wel kan zeggen, is…”
“Dit aspect heb ik niet expliciet onderzocht, dus ik kan daar geen hard antwoord op geven. Wat ik wel kan zeggen, is…”
… je het antwoord echt niet weet:
Ook dit is geen ramp. Soms stelt een beoordelaar bewust een vraag buiten jouw onderzoek om te testen hoe je reageert. In dat geval is eerlijkheid altijd de beste strategie.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen:
“Dat kan ik op dit moment niet goed beantwoorden. Dat viel buiten de scope van mijn onderzoek.”
“Dat kan ik op dit moment niet goed beantwoorden. Dat viel buiten de scope van mijn onderzoek.”
Of:
“Hier heb ik tijdens mijn onderzoek geen data over verzameld, dus ik kan hier geen onderbouwd antwoord op geven.”
“Hier heb ik tijdens mijn onderzoek geen data over verzameld, dus ik kan hier geen onderbouwd antwoord op geven.”
Je kunt dit eventueel aanvullen met:
“Het zou interessant zijn om dit mee te nemen in vervolgonderzoek.”
“Het zou interessant zijn om dit mee te nemen in vervolgonderzoek.”
Hiermee laat je zien dat je grenzen kent, kritisch denkt en niet gaat improviseren zonder basis.
Waarom eerlijkheid juist in je voordeel werkt
Beoordelaars kijken niet alleen naar wat je zegt, maar vooral naar hoe je redeneert. Door eerlijk te zijn laat je zien dat je begrijpt wat validiteit, betrouwbaarheid en scope betekenen. Je voorkomt inhoudelijke fouten en straalt professionaliteit uit.
Wat beoordelaars niet waarderen, is gokken, vaag praten of doen alsof je iets weet wat je niet weet. Een rustig en eerlijk antwoord wordt in de praktijk vaak positiever beoordeeld dan een onzeker of onjuist antwoord.
Neem dit dus mee: het niet direct weten van een antwoord is geen falen. Hoe je ermee omgaat, maakt het verschil.
Veelgestelde vragen en hoe je ze kan beantwoorden
Vragen als “Waarom heb je voor deze methode gekozen?” kun je beantwoorden door terug te grijpen op je doel en onderzoeksvraag. Laat zien dat je alternatieven hebt overwogen en bewust hebt gekozen.
“Omdat ik X wilde onderzoeken en methode Y daar het meest passend voor was. Alternatieven heb ik overwogen, maar die voldeden minder omdat…”
Bij vragen over betrouwbaarheid kun je verwijzen naar concrete maatregelen zoals triangulatie, member checks, pilots of een duidelijke analyseprocedure.
“Door [triangulatie / member check / duidelijke codeerprocedure / pilot / meerdere metingen] in te zetten.”
Wordt gevraagd naar de grootste beperking van je onderzoek, benoem die dan ook echt, en leg uit hoe je deze hebt ondervangen en waarom dit een punt is voor vervolgonderzoek.
“De beperkte steekproef. Ik heb dit opgelost door… maar het blijft een punt voor vervolgonderzoek.”
En bij vragen over de praktijk kun je altijd terugvallen op je aanbevelingen: die zijn precies voor dit soort vragen bedoeld.
“De eerste stap is… Dit vraagt weinig tijd en geeft meteen inzicht in…”
Tot slot…
Bereid je niet voor door antwoorden uit je hoofd te leren, maar door je onderzoek te begrijpen. Oefen met iemand die kritische vragen durft te stellen en plan rust vlak voor je verdediging. Nog snel alles doorlezen zorgt meestal alleen voor onrust.
Onthoud vooral dit: assessoren hebben er niets aan als jij zakt. Ze willen zien dat jij begrijpt wat je hebt gedaan en dat je als beginnend professional kunt nadenken, uitleggen en reflecteren.
Checklist: ben je klaar voor de vragenronde?
Ik heb per hoofdstuk 3 kernpunten paraat.
Ik kan uitleggen waarom ik mijn methode zo heb gekozen.
Ik kan minstens 2 beperkingen noemen (en hoe ik die heb ondervangen).
Ik heb per aanbeveling een concreet voorbeeld.
Ik heb geoefend met kritische vragen.
Ik heb een strategie om rustig te blijven.
Met een goede inhoudelijke voorbereiding en een kalme houding sta je al sterk in de vragenronde. Gebruik tot slot de checklist in de volgende paragraaf om te controleren of je praktisch en mentaal klaar bent voor je verdediging.